Wie na ziekte door een adviserend arts weer fit wordt verklaard om te werken, maar die beslissing aanvecht bij de arbeidsrechtbank, stuit vandaag op een opmerkelijk achterpoortje. Tijdens de jarenlange juridische procedure behoudt de klager een tijdelijke werkloosheidsuitkering die hij – zelfs als de rechter hem ongelijk geeft – nooit hoeft terug te betalen. “In bijna 3 op de 4 gevallen geeft de rechter de arts gelijk, maar de belastingbetaler draait wel op voor de factuur. Dat is pure waanzin”, stelt Kamerfractievoorzitter Axel Ronse, die samen met Kamerlid Eva Demesmaeker een wetsvoorstel indient om die absurde situatie stop te zetten.
Explosieve stijging van het aantal procedures
Uit cijfers die de N-VA opvroeg bij minister van Werk David Clarinval (MR) blijkt dat het aantal beroepsprocedures tegen beslissingen van adviserend artsen de afgelopen 5 jaar geëxplodeerd is. Waar er in 2021 nog 2.656 beroepen werden ingediend, ging het in 2025 al om 4.881 dossiers, wat neerkomt op een stijging met meer dan 80%. Vooral in Wallonië is de stijging opmerkelijk (+112%).
Uit de uitspraken van de arbeidsrechtbank blijkt nochtans dat de adviserende artsen het in de overgrote meerderheid van de gevallen bij het rechte eind hebben. In slechts 28% van de zaken krijgt de werknemer gelijk van de rechter, wat betekent dat het overgrote deel van de procedures onterecht is.
Meer dan 4 jaar lang een uitkering, zonder enige verplichting
Toch loont het in de praktijk om een procedure te starten. Wie beroep aantekent, valt namelijk terug op een tijdelijke werkloosheidsuitkering. Wordt de betrokkene na verloop van tijd in het ongelijk gesteld, dan vordert de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) die ontvangen uitkeringen vreemd genoeg niet terug.
Zo’n procedure en de bijbehorende uitkering lopen gemiddeld 18,3 maanden. In 2025 genoten liefst 452 personen al meer dan 2 jaar van de uitkering, en bij meer dan 100 mensen liep de uitkering zelfs al minstens 4 jaar. Daarbovenop geldt tijdens deze procedure geen enkele verplichting om deel te nemen aan bijvoorbeeld een re-integratietraject.
Kamerfractievoorzitter Axel Ronse hekelt die vrijblijvendheid en de verkeerde financiële prikkel: “Een beroep tegen een beslissing van de adviserend arts is een recht, maar het mag geen verdienmodel worden. Vandaag krijg je tijdens de procedure een uitkering en hoef je die niet terug te betalen als je de zaak verliest, terwijl de werknemer in amper 28% van de gevallen gelijk krijgt. Met ons voorstel halen we de financiële stimulans uit eindeloos procederen.”
Inzetten op doelgerichte activering
Ronse en Demesmaeker leggen daarom een wetsvoorstel op tafel om de automatische en onbeperkte uitkering tijdens de beroepsprocedure te schrappen.
Wie de beslissing aanvecht, zal voortaan enkel nog aanspraak kunnen maken op een ‘uitkering wegens medische overmacht’, die strikt beperkt is in de tijd (maximaal 12 maanden) én gekoppeld aan het volgen van een traject naar aangepast werk. “Indien de rechter de werknemer effectief gelijk geeft, zal de ingehouden arbeidsongeschiktheidsuitkering retroactief worden uitbetaald”, legt Ronse uit.
Voor wie in afwachting van de gerechtelijke uitspraak zonder bestaansmiddelen valt, voorziet het voorstel in een opvangnet via het leefloon bij het OCMW, dat bij een gunstig vonnis door het ziekenfonds wordt terugbetaald. “Zo blijft de bescherming gegarandeerd voor wie er recht op heeft, zonder dat het systeem misbruikt wordt.”
“Deze regering wil meer mensen aan de slag krijgen en werken meer doen lonen. Dan moeten we ook elk achterpoortje richting inactiviteit sluiten. Met ons voorstel maken we komaf met deze absurde situatie én activeren we mensen met arbeidspotentieel”, besluit Demesmaeker.
Marc Sluys