ingezonden foto
De patrijs gaat achteruit en kan op sommige plaatsen helemaal verdwijnen door onder meer de jagers. Terwijl de patrijs jaar na jaar verder achteruit gaat, blijft Vlaanderen veel tijd, wetenschappelijke expertise en publieke middelen investeren in één vraag: waar mag er nog op patrijzen worden gejaagd? Niet: hoe zorgen we ervoor dat de soort zich opnieuw kan herstellen? Dat is de wereld op zijn kop.
Uit de jongste controles van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) blijkt opnieuw hoe wankel het systeem is waarop de jachtbeslissingen rusten. Van de negentien wildbeheereenheden die volgens de aangeleverde tellingen de wettelijke drempel haalden, bleven er na de kwaliteitscontrole nog maar negen over. Problemen met de registratie, onvolledig gevolgde telprocedures en verloren gps-gegevens maken een aanzienlijk deel van de tellingen onvoldoende betrouwbaar.
Daardoor weten we niet zeker waar de patrijs nog sterk genoeg staat. Zo dreigt de jacht open te gaan op plekken waar de soort die extra druk niet meer aankan en daar helemaal te verdwijnen.
En toch krijgen we opnieuw hetzelfde verhaal te horen: zonder jagers zou de patrijs al verdwenen zijn.
Dat is een bijzonder kromme redenering voor wie de soort eerst beschermt om er daarna op te kunnen jagen.
Jagers wijzen daarbij vooral naar vos, kraai, marter en andere predatoren. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat predatie vandaag een van de doodsoorzaken is. Maar daaruit volgt niet dat predatoren de oorzaak zijn van de achteruitgang. Ze zijn een symptoom. Het INBO wijst habitatverlies en habitatdegradatie aan als de belangrijkste oorzaken.
Predatoren doen wat ze altijd al deden. Ze zoeken voedsel waar ze het kunnen vinden. Het probleem is dat wij hun wereld én die van de patrijs ingrijpend hebben veranderd.
Decennialang stimuleerde ons landbouwsysteem grotere percelen, minder landschapselementen en intensiever grondgebruik. Hagen, houtkanten en ruige stroken verdwenen, terwijl pesticiden het aanbod aan muizen en andere prooien verkleinden. Voor een grondbroeder als de patrijs blijven nog slechts enkele geïsoleerde groene eilandjes over in een landschap dat verder nauwelijks nog voedsel, dekking of veilige broedplaatsen biedt.
"Wie in een kaal landschap één tafel dekt, moet niet verbaasd zijn dat ook de vos aanschuift."
- Free Van Rompaey
En daar komt nog een predator bovenop: de mens.
Jagers zijn zelf óók predator. Alleen is hun aanwezigheid geen ecologische noodzaak. Afschot komt boven op voedseltekort, habitatverlies, predatie en andere sterfte. Zelfs het INBO stelt vast dat afschot rechtstreeks weegt op de populatie.
Schieten op een soort die nauwelijks nog reserves heeft, helpt haar niet vooruit. Het legt extra druk op precies die dieren die nodig zijn om opnieuw jongen voort te brengen en andere gebieden te bevolken.
Dat jagers tegelijk maatregelen nemen voor de patrijs, verandert daar niets aan. Voedselbanken, keverbanken, wildakkers en bloemstroken kunnen lokaal nuttig zijn. Maar ze zijn geen vervanging voor een robuust landschap. Zolang niet is aangetoond dat die patrijsvriendelijke maatregelen leiden tot het behoud en herstel van de populatie, kan niemand geloofwaardig beweren dat de jacht de patrijs redt. Ook volgens het INBO is zowel de effectiviteit als de omvang van het effect van die habitatmaatregelen in Vlaanderen onvoldoende gekend.
Het voorbeeld van de veldleeuwerik laat zien wat wél werkt. In veel Vlaamse landbouwgebieden heeft ook die soort het bijzonder moeilijk. Maar in robuustere gebieden zoals het Zwin Natuur Park broeden veldleeuweriken wel succesvol, terwijl daar evenzeer vossen en kraaien leven. Het verschil is niet de afwezigheid van predatoren. Het verschil is een landschap met voldoende voedsel, dekking en rust.
Dat vraagt natuurherstel op schaal, niet enkele groene stroken die een verder kaal landschap moeten compenseren.
Goed bestuur begint met de vraag waar we onze middelen inzetten. Elk jaar investeren wildbeheereenheden, onderzoekers, het INBO en de overheid tijd, expertise en publieke middelen in tellingen, controles, adviezen en administratieve opvolging om te bepalen waar nog gejaagd mag worden.
"Als we de patrijspopulatie echt willen herstellen, moeten die middelen prioritair gaan naar robuust herstel van het leefgebied én naar de gerichte bescherming van de laatste patrijzen. En niet naar methodieken die de jacht op een bijna uitgestorven soort proberen te verantwoorden”, aldus Free Van Rompaey, juridisch beleidsmedewerker Vogelbescherming Vlaanderen
marc colpaert