BEVER - Med hilsener fra Miro fra den norske Tana

BEVER - Med hilsener fra Miro fra den norske Tana

Miro_van_vreckem_tana_norway__5_
BEVER - Med hilsener fra Miro fra den norske Tana - met de groeten van Miro uit het Noorse Tana - © Deschuyffeleer
 
Miro_van_vreckem_tana_norway__6_
BEVER - Med hilsener fra Miro fra den norske Tana - met de groeten van Miro uit het Noorse Tana - © Deschuyffeleer
 
Miro_van_vreckem_tana_norway__3_
BEVER - Med hilsener fra Miro fra den norske Tana - met de groeten van Miro uit het Noorse Tana - © Deschuyffeleer
 
Miro_van_vreckem_tana_norway__1_
BEVER - Med hilsener fra Miro fra den norske Tana - met de groeten van Miro uit het Noorse Tana - © Deschuyffeleer
 
Miro_van_vreckem_tana_norway__2_
BEVER - Med hilsener fra Miro fra den norske Tana - met de groeten van Miro uit het Noorse Tana - © Deschuyffeleer
 

Wat bezielt die Miro Van Vreckem (°2001) toch om het rustig en comfortabel Bever in te ruilen voor een toch wel ruig bestaan in een dorpje in het hoge Noorwegen? Het maakt dan ook een mooie uitdaging uit te peilen naar zijn beweegredenen en naar zijn verdere toekomstplannen. Mama Vera en papa Thierry zijn daarbij onze welwillende gidsen terwijl vriend des huizes Werner Godfroid als geen ander voor ons de persoonlijkheid van Miro weet te typeren.

Een buitenbeentje
Niemand beter dan Werner Godfroid, eveneens een bijzondere Bevernaar, is goed geplaatst om het wordingsproces van de toch wel ingrijpende beslissing van Miro te schetsen
“Buitenbeentje, eerder zwijgzaam en nooit meer dan drie woorden in een volzin. Miro stond ooit met een gevonden verkeersslachtoffer, een bosuil, aan de deur en vroeg me of ik hem kon leren die vogel te determineren. Een andere keer dan weer stond hij met een gevonden dode vos aan de deur en toonde ik hem met een YouTube filmpje hoe hij die vossenhuid kon looien. Een week later had hij een echte Davy Crockettmuts, zelf gelooid, genaaid en uitgerust met een prachtige vossenstaart.
Miro komt al sinds hij kleuter was bij onsover de vloer, spelen met onze pleegkinderen, geboeid door alles wat leeft en beweegt. Hij is vooral geïnteresseerd in het pure, het werkelijke. Geen brood uit het grootwarenhuis, maar echt zuurdesembrood leren bakken, geen tomaatjes uit Israël maar zelfgekweekte uit de serre plukken, overnachten in een tent, glimwormen vangen, de Grote Beer en de Poolster leren zoeken, eetbare planten en kruiden herkennen…
Nu zien we hem uiteraard minder. Maar misschien leert hij de Noren nu geuze drinken en genieten van Vlaamse trekzakmuziek.
Dat hij naar de tuinbouwschool in Melle trok leek me evident, hoe hij geboeid raakte in Noorwegen zal wel aan zijn genen liggen. Misschien huist er wel Vikingbloed in zijn aderen. Wie weet?”
Into the Wild
Al in 2011 wist Miro zich in de schijnwerpers te zetten. Hij was toen 9 jaar en goed om een eerste straatconcert te geven in het verlaten kunst- en spookdorp Doel. Hij speelde toen al twee jaar diatonische accordeon bij Wilfried Moonen van ’t Kliekske. Het heeft alleszins een diepe indruk op hem nagelaten. Even proeven van het kunstenaarschap was voor hem dan ook een rijke ervaring.
Miro bleek geenszins voorbestemd voor een klassieke negen-tot-vijf-job. Daar kon iedereen die hem enigszins van kindsbeen kende terecht van uitgaan. Dat dit evenwel zou uitmonden in het uitoefenen van de boerenstiel in het hoge noorden van Noorwegen was toch nog een beslissing die, behalve voor zijn ouders en Werner, door velen toch wel onthaald werd op veel verbazing en scepticisme.
Dat Miro al vrij jong zicht had op wat hij later wou worden en doen blijkt uit de bijna obsessieve interesse die hij al als jongeling had voor het verhaal achter de film ‘Into the Wild’ waarbij het hoofdpersonage McCandless de prestatiedranggerichte samenleving waarin hij vertoefde meer dan zat was en besliste als zwerver, met enkel zijn rugzak en een goed stel hersenen, verder door de wereld te gaan. Op zijn tocht komt hij dan zo in het besneeuwde landschap van Alaska terecht.
Alaska werd Noorwegen
Toen Miro 15 was mocht hij samen met papa en beroepsfotograaf Thierry, die er voor Suzuki een fotoreportage ging maken, mee naar het Noorse Røros, één van de oudste stadjes in Europa en overigens ook UNESCO-wereldcultuurerfgoed. Dat stadje telt immers uitsluitend houten gebouwen. Sneeuw, stilte, bergen, bossen, dieren en veel open ruimtes in de natuur …. Voor Miro een liefde op het eerste gezicht, een volwaardige vervanger voor Alaska en dan ook het begin van een resem veelbelovende jaren.
“Op een mum van tijd heb ik daar mensen leren kennen en heb ik het geregeld gekregen om er een eerste vakantiejob te bemachtigen. Zo kwam ik terecht in Røros bij de boerenfamilie van Orne en Ingrid Grytbak”, vertelt Miro.
Een eerste hinderpaal daarbij was evenwel de taal. Om verder te geraken moest er absoluut een weg gevonden worden om met de omgeving te kunnen communiceren. Bij gebrek aan keuze was de beslissing dan ook vlug genomen. Op een vrij primitieve manier, zonder computer en internet en zelfs zonder al te veel boeken maakte Miro zich de Noorse taal eigen. Ook leerde hij koeien melken, uiteraard met de hand, schapen hoeden, met honden werken, hooi maken, jagen, vissen en nog veel meer. Allemaal dingen waar zijn meeste Belgische vrienden niet het minste benul en notie van hebben. Leven van, in en met de natuur…. meer moest dat voor Miro niet zijn.
 Dat verhaal herhaalt zich twee jaar na mekaar. Telkens voor twee maanden ruilt Miro zijn comfortabel en luxueus leventje in het heksendorp in voor dat van een boerenjongen die zich de koning te rijk voelt in een immens vreemd land. In zijn gastboerderij is er geen warm en stromend water, water haal je aan de bron. Alles is er basic maar perfect naar Miro’s zin. Hier wil hij na zijn schooltijd zelf een boerderij runnen met alleen een lap grond, een paar koeien en schapen die hem moeten voorzien van voedsel. Voor de rest wil hij zo veel als mogelijk kunnen instaan voor zijn eigen behoeften en autonoom en zelfstandig kunnen functioneren. Het staat dan ook voor Miro in de sterren geschreven: “In Noorwegen wil ik mijn verder leven slijten. Ik wil er een echte boer worden met een zelfbedruipende boerderij op één van de moeilijkste plekken van Europa”.
Op school in Tana 3200 km van hier
In het voorjaar 2019 was het voor Miro ‘het’ moment om te handelen om zijn doel te bereiken. Voor het komend schooljaar zou hij alles op alles zetten en de Tuinbouwschool Melle inruilen voor de meest noordelijke landbouwschool ter wereld: Tana videregående skole/ Deanu joatkkaskuvla. Na veel heen en weer mailen kwam dan eindelijk het heuglijk nieuws. Als enige Belg werd hij tot de school toegelaten niet alleen om er volwaardig onderwijs te volgen maar er was voor hem ook een plaats gereserveerd op internaat. Dat werd dan weer een nieuwe uitdaging van formaat. Tana is een gemeente in de provincie Finnmark helemaal boven in Noorwegen. De Tanarivier vormt de grens tussen Noorwegen en Finland en is één van de beste plekken voor het vissen op zalm. Naast de algemene vakken is les volgen aan de Tanaschool vooral heel praktijkgericht. In de les lichamelijke opvoeding gaat men derhalve  niet lopen maar skiën. Miro zit op die school met slechts 40 leerlingen. Hij volgt er arctische landbouw. Vooral het opspannen van sleehonden, ijsvissen, jagen en het leren overleven in de natuur zijn de belangrijkste vakken maar ook koeien melken staat iedere dag op zijn planning . Ook schapen hoeden doet hij. Onlangs behaalde hij zelfs het diploma van sneeuwruimer. In het guur landschap is dat echt een volwaardige job.
Volgend schooljaar gaat Miro werken in Røros. Zijn hart ligt daar onomstotelijk bij zijn Noorse adoptiegrootouders Orne en Ingrid Grytbak. Die mensen vangen hem er ongelooflijk goed op. De zoon van Orne gaat de boerderij overnemen en Miro zal er vanaf augustus kunnen werken. Nadien wil hij in die streek zijn eigen boerderij opstarten en er snel een huis kopen.
Noorwegen in Bever
Het coronavirus is ook tot ver in Noorwegen doorgedrongen en dat had tot gevolg dat in maart ook Miro’s school voor enkele weken de deuren diende te sluiten. In zijn geliefd Tana was de dagtemperatuur toen nog gemiddeld -12°. Na veel moeite kwam hij eindelijk, al was het maar voor even, terug thuis. Een hele opluchting voor mama Vera en papa Thierry die zich intussen al én de Noorse taal én de Noorse leefgewoontes enigszins eigen hebben gemaakt. “Dat kan ook niet anders. Als Miro thuis is waant men zich hier meer in Noorwegen dan in Vlaanderen. Op tv wordt er naar Noorse zenders gekeken, uit de boxen komt er Noorse muziek, als de telefoon rinkelt is er veel kans toe dat het om een Noorse correspondent gaat. Zelfs in onze tuin stond een tijd lang de Noorse vlag te wapperen”.
Intussen is Miro vorige week vanuit zijn thuis in Bever terug afgereisd naar zijn school in Tana. Alvorens hij evenwel zijn tweede thuis terug mag betreden dient hij nog tot 25 mei in quarantaine te verblijven in Røros
Miro blijkt alleszins zijn plaats in de maatschappij gevonden te hebben en is in zijn hoofd al een echte Noor. Hij denkt ook al in het Noors, nooit meer in het Nederlands. Zijn ouders vinden het uiteraard zwaar hem te moeten missen. “Maar later als we oud zijn zal allicht niets ons dan ook kunnen weerhouden toch ook te overwegen daar in het hoge Noorden eveneens een stekje te kopen en de stilte op te zoeken”, blikken ook mama Vera en papa Thierry al een eindje verder in de toekomst.
artikel afdrukken
 
Delen op FacebookDelen op TwitterDelen op GoogleDelen op DeliciousDelen op DiggDelen op StumbleuponEmail ditMeer...
 
16 mei 2020
Godelieve Deschuyffeleer
© Deschuyffeleer
 
 
 
Terug
 

Meer Nieuws

Commerciële partners, advertenties en vacatures
Marc Colpaert | 13 sep 2020
Marc Colpaert | 12 sep 2020
Godelieve Deschuyffeleer | 01 sep 2020
Godelieve Deschuyffeleer | 30 aug 2020

archief