IN HET VIZIER - Werner Godfroid, een landschapsbouwer aan het woord

IN HET VIZIER - Werner Godfroid, een landschapsbouwer aan het woord

Werner_godfroid_in_het_visier_kleine_landschapselementen
IN HET VIZIER - Werner Godfroid, een landschapsbouwer aan het woord
 

Werner Godfroid uit Bever is een bezige bij maar vooral een ervaren natuur- en cultuurgids. Hij heeft dan ook een bijzondere binding met landschappen en zeker met dit van het Pajottenland. In onze rubriek In het Vizier rond een reeks markante personen en bijzondere activiteiten met enige binding met het Pajottenland is hij dan ook de geknipte persoon om één en ander uit de doeken te doen over kleine landschapselementen, één van zijn passies. En verrassend genoeg springt daarbij ook de bouw van een bakoven op grootmoeders verrassend in het oog.

Herstel en behoud van kleine landschapselementen

Kleine landschapselementen (KLE's) zoals holle wegen, hagen, houtkanten langsheen weilanden, houtwallen, hoogstamboomgaarden, knotbomen en poelen bepalen het beeld van cultuurhistorisch waardevolle streken. Ze vormen een groen verbindingsnetwerk waar de natuur vredig haar gang kan gaan en zorgen voor een gevarieerd en attractief landschap. Het zijn ideale schuil- en broedplaatsen voor verschillende dieren. Elk klein landschapselement kan zodoende beschouwd worden als een mini-natuurgebied. Al deze landschapselementen maken onze regio, het Pajottenland, tot wat het is: een mooie streek om in te wonen en te ontspannen.

Het grootouderlijk huis met het erf was tijdens het weekend en in de vakantiedagen een gedroomd speelterrein en een ontdekkingsgebied bij uitstek. Kikkervisjes opkweken, stekelbaarsjes vangen in de beek, patrijzen gadeslaan in het veld, veldleeuweriken horen zingen terwijl ze hun gebied markeren… Het was er allemaal. Vandaag heeft elke zender een presentator annex TV-programma om aan natuurbeleving te doen. Inderdaad, sommige cijfers zijn bedroevend. Wist je dat het aantal veldleeuweriken sinds de jaren 70 met meer dan 90% is achteruit gegaan? Waar zwemmen er nog stekelbaarsjes? Patrijzen worden beheerd…

Als jong leraar geschiedenis volgde ik de cursus natuurgids bij het Centrum voor Natuureducatie. Later gidste ik voor verschillende organisaties natuur- en cultuurtochten in binnen- en buitenland. Eerst als natuurgids in het Pajottenland, later als reisbegeleider bij Vakantiegenoegens, het huidige Pasar. Cultuursteden en landelijke regio’s, het was telkens indrukwekkend: de Rocky Mountains in Canada, natuur in Thailand, dierenparken in Rwanda… de Landes en de Provence in Frankrijk, de Hoge Venen en het Verdronken land van Saeftinghe bij ons… Zoals bij velen is de cirkel rond.

Meer diversiteit nodig

Terug naar het Pajottenland dan maar met zijn typische landschap van akkers, weiden, knotwilgen, hagen en poelen. Dacht ik toch… De grootschaligheid en daaruit volgend de eentonigheid van het landschap, denk onder andere aan de hectaren metershoge maisvelden, hebben de diversiteit tekort gedaan. De erosieproblematiek, de wateroverlast, de bijensterfte,… zijn gekende gevolgen. Het cultuurlandschap herstellen en onderhouden is dus een absolute prioriteit. Ook de hogere overheden, de provincie en de Vlaamse Gemeenschap, hebben dat ingezien en stimuleren projecten die diversiteit bevorderen, lees herstellen. Een eentonige natuur is immers niet duurzaam.

Een project met het Regionaal Landschap Pajottenland en Zennevallei ( http://www.rlzzz.be/ ) en Pajottenland+ (www.pajottenland.be ) gaf de doorslag. Samen met onze buren konden we een hoogstamboomgaard heraanleggen, de bestaande haag herstellen en uitbreiden en extra knotwilgen aanplanten. Het project draagt de naam “Groetjes uit het Pajottenland”.  Oude foto’s bevestigden hoe het landschap eruit zag: een veldweg afgebakend met knotwilgen, fruitbomen in de weide, waterput en bakoven op het erf… Ondertussen kwam er een poel bij en komt er nog een bijenhal.

Bakoven in de achtertuin

Vergeten groenten telen en gebruiken, zelf brood bakken zijn vandaag in. De heraanleg van een moestuin en een kruidentuin en nu de heropbouw van een verdwenen bakoven lagen voor de hand. Bakovens zijn bedreigd. Vooral de kennis om bakovens te bouwen en te gebruiken gaat verloren. De grote boerderijen hadden vaak een eigen bakhuis. De kleinere boeren lieten hun zelfbereid deeg bakken in een gemeenschappelijk bakhuis dat aan een groep naburige erven toebehoorde.
 
Er bestaan veel manieren om een bakoven te bouwen. Bij het bouwen van een oven wordt rekening gehouden met de eisen van de bouwheer zodat geen twee bakovens identiek zijn. Maar er bestaat in de handboeken geen gedetailleerde handleiding, en ligt er dus qua vorm en bouwwijze niets vast. De meest voorkomende vorm in onze streken is het tweeledige bakhuis, waarbij bakhuis en bakoven achter elkaar liggen met twee zadeldaken in elkaars verlengde. Meestal is er een hoog zadeldak voor het bakhuis en een lager dak voor de bakoven.

Samen met mijn zoon Sander, die zowel een bakkers- als een metsersopleiding heeft afgewerkt, hebben we op basis van oude foto’s de bakoven heropgebouwd. Daarbij hebben we gebruik gemaakt van oude technieken. Het gebruikte materiaal om het bakhuis op te trekken is streekgebonden, zowel metselwerk als vakwerk van hout en leem komen voor. De dakbedekking bestaat gewoonlijk uit pannen. Veel info vonden we bij het Museum voor oudere technieken, www.mot.be . En de knotwilgen leveren uiteraard de nodige brandstof.

Op vraag geven we vormingen over brood bakken.  Kleine groepen (maximum 10 personen) kunnen reserveren voor een baknamiddag. En uitleg over het landschap is er altijd bij. Koken met vergeten groenten, kruiden toepassen in de keuken, zelf mosterd maken, info over duurzaamheid kan ook via www.vzwdorp.eu .

Meer info: werner.godfroid@telenet.be
 
artikel afdrukken
 
Delen op FacebookDelen op TwitterDelen op GoogleDelen op DeliciousDelen op DiggDelen op StumbleuponEmail ditMeer...
 
03 apr 2013
Werner Godfroid
Werner Godfroid
 
 
 
Terug
 

Meer Nieuws

Commerciële partners, advertenties en vacatures
Marc Colpaert | 12 sep 2020

archief