IN HET VIZIER – Dolfijnen en walvissen observeren in de Straat van Gibraltar - Sonja Van Den Bossche

IN HET VIZIER – Dolfijnen en walvissen observeren in de Straat van Gibraltar - Sonja Van Den Bossche

In_het_vizier_sonja_van_den_bossche
IN HET VIZIER – Dolfijnen en walvissen observeren in de Straat van Gibraltar - Sonja Van Den Bossche
 

Dolfijnen en walvissen observeren in de Straat van Gibraltar in het uiterste zuiden van Spanje, dat is sinds enkele jaren de echte passie van Sonja Van Den Bossche uit Herne. Zij doet dit niet zo maar. Als vrijwillige medewerkster van de stichting firmm, dat staat voor Foundation for Information and Research on Marine Mammals, mocht zij dit jaar trouwens voor de eerste keer deel uitmaken van het firmm-team dat haar uitvalsbasis heeft in Tarifa. Redenen genoeg om In het Vizier nader laten kennis te maken met deze natuurbewuste jongedame, die eerder daar al met haar familie verschillende vakanties meemaakte en zo in de ban geraakte van de daar dartelende dolfijnen en walvissen en hun beschermengel, de stichting firmm. En uiteraard vernemen wij graag ook iets meer ook met haar “rustgevende en boeiende” hobby.

“Tijdens één van onze vele familievakanties in het zuiden van Spanje, een goede drie jaar terug, maakte ik als leek kennis met firmm”, opent Sonja. “Tijdens een boottocht vanuit Tarifa met die stichting om een glimp op te vangen van de dolfijnen en de walvissen in de Straat van Gibraltar, kwam plots in volle vaart een groepje tuimelaars aangezwommen. Pal onder de boot door. Dat beeld is mij altijd bijgebleven en was meteen ook de aanzet voor mijn engagement voor firmm”.
“Ook dit jaar kon ik de roep van de dolfijnen en de grindwalvissen, de orka’s, de potvissen, de vinvissen en andere niet weerstaan. Met voor de eerste keer gedurende twee weken deel te mogen uitmaken van het firmm-team zelf werd het dan ook een unieke belevenis die me niet alleen in contact bracht met mijn geliefkoosde (zoog)dieren maar ook met andere medewerkers van de stichting. En die me vooral confronteerde met mezelf”, mijmert een trotse Sonja.         
firmm
firmm werd in 1998 opgericht als een non-profitorganisatie door de Zwitserse Katharina Heyer, nu trouwens nog altijd de voorzitter. Een jaar voordien op vakantie in Tarifa om walvissen en dolfijnen te spotten ontdekte zij tijdens een tocht met een duikboot de gevaren waaraan die (zoog)dieren zich in de Straat van Gibraltar blootstellen. Zo zijn er de mogelijke botsingen met de ruim 300 vrachtschepen die er dagelijks doorheen laveren. En ook het lawaai van die reusachtige zeeschepen maakt er geregeld brokken onder dolfijnen en de walvissen.
“Aangezien het geluid onder water nog veel sterker is en zeezoogdieren veel beter horen dan wij, raken ze gedesoriënteerd en stranden ze”, verdedigt Sonja gloedvol haar lievelings(zoog)dieren. “Katharina wou daar iets aan doen. Ze was echter geen biologe. En daarom nam ze contact op met de afdeling mariene biologie van de universiteit van Bazel. Maar tot haar verbazing wisten ook de professoren niet veel over het bestaan van walvissen en dolfijnen in de Straat van Gibraltar. Dit gebied bleek nog niet grondig onderzocht, alhoewel de lokale vissers al herhaaldelijk verhalen hadden opgehangen over hun belevenissen met walvissen en dolfijnen daar”.
Zoals de naam van de stichting duidelijk maakt wil firmm naast onderzoek om meer te weten te komen over de (zoog)dieren ook aan informatiewerk doen om al haar kennis zoveel mogelijk door te geven. “Zo worden op elke boottocht alle mogelijke gegevens verzameld zoals waar en wanneer welke dieren gezien worden en hoe ze zich gedragen”, weet Sonja nog te vertellen. “En aan de hand van foto-identificatie van grindwalvissen en orka’s worden de migraties van de verschillende vispopulaties in kaart gebracht. De individuele vingerafdruk van de grindwalvis en de orka is zijn rugvin. Ze zijn allemaal uniek en zo zijn een aantal onder hen gemakkelijk te herkennen. De medewerkers van firmm nemen foto’s, vergelijken de vinnen en geven zo de (zoog)dieren namen en nummers”.
Het is geen toeval dat sinds de oprichting van de stichting de studenten mariene biologie aan de universiteit van Bazel geregeld afzakken naar Tarifa om er vooral planktononderzoek te verrichten.
Onder het motto ‘Alleen dat, wat wij mensen kennen, kunnen we liefhebben en zijn we ook bereid om te beschermen’ wil firmm de mensen sensibiliseren om respect op te brengen voor de dieren in de Straat van Gibraltar. De stichting kan dan ook prat gaan op een aantal informatiefora. Zo zijn er in de zomer observatietochten om de toeristen de walvissen en de dolfijnen in vrijheid te tonen. Elke trip wordt steevast voorafgegaan door een professionele informatiesessie over de stichting zelf, de Straat van Gibraltar en de soorten zeezoogdieren die er leven.
firmm organiseert ook één tot twee weken durende observatiecursussen waarbij de deelnemers tweemaal daags een tocht maken en lezingen door biologen krijgen. Bij slecht weer en excursies onmogelijk zijn begeleiden de zeebiologen als alternatief wandelingen aan de rotskusten of in de zandduinen naar Bolonia.
Daarnaast bestaan er ook walvis- en dolfijnobservatiekampen voor jongeren.
In de winter is firmm vooral actief in Zwitserland en Duitsland. Dit met voordrachten aan scholen, in gemeenten en op reisbeurzen over de Straat van Gibraltar, over de walvissen en de dolfijnen en over een gepaste houding in de natuur.
De Straat van Gibraltar
In Tarifa, het meest zuidelijke punt van het Spaans vasteland aan de kust van de provincie Cadiz in Andalusië en hier en daar ook wel eens de hoofdstad van de wind genoemd, heersen vrij unieke omstandigheden. Met Europa en Afrika en met de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee ontmoeten twee continenten en twee zeeën er elkaar. De Straat van Gibraltar is op haar smalste punt slechts 14 km breed. “Je zou denken dat de dieren in de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee eigenlijk meer ruimte hebben. De vraag rijst dan ook waarom ze dan precies hier aanwezig zijn”, zegt Sonja. “Dit is evenwel te verklaren door de geografie en de twee hoofdstromingen die hier heersen”, weet zij alvast. “Zo is er de bovenste 200m een constante oppervlaktestroming die van de Atlantische Oceaan naar de Middellandse Zee trekt voor het compenseren van het verdampt water uit de Middellandse Zee. Zonder deze instroom zou de Middellandse Zee in ongeveer 2.000 jaar uitgedroogd zijn. Vanwege de hoge verdamping zakt overigens de zeespiegel van de Middellandse Zee met een gemiddelde diepte van 2.500 m elk jaar met ongeveer 1 m”.
En Sonja vervolgt: “Het waterpeil van de Middellandse Zee wordt nauwelijks aangevuld, aangezien er geen rivieren of stromen in uitmonden behalve het Suezkanaal waardoor er ook een pak scheepvaartverkeer in de Straat van Gibraltar terechtkomt. De grote schepen zoeken via de Straat trouwens een kortere route naar het oosten. Vanwege de hoge verdamping is het water in de Middellandse Zee ook zouter en dus fysisch zwaarder dan in de Atlantische Oceaan. Het zakt en beweegt zich als dieptestroming naar de Atlantische Oceaan toe. In de Straat van Gibraltar daalt het wegstromende water van de Middellandse Zee dan tot 1.000 m diep en wordt het tegen een onderwaterbergketen in de Atlantische Oceaan geduwd”.
En nog is de kous van de verklaring niet helemaal af. Opnieuw Sonja: “Door de turbulenties en de verschillende stromingen komt het water met de opgeloste voedingsstoffen van de zeebodem naar boven, dichter bij het oppervlak, waar de opgeloste voedingsstoffen met het zonlicht in contact komen. Nu kan de fotosynthese beginnen. Onder invloed van het zonlicht kunnen anorganische stoffen nu in organische worden omgezet. Fytoplankton ontwikkelt zich en neemt door deling in hoeveelheid toe. Dit is het begin van de voedselketen in de zee. Plankton en algen kunnen zich ontwikkelen. Dat wordt gegeten door zoöplankton of de kleine zeediertjes die dan weer op hun beurt dienen als voedsel voor de grotere vissen. Aan de top van de voedselketen staan dan uiteindelijk zowel de walvissen en dolfijnen als de haaien en de mensen”.
De walvissen en de dolfijnen
De Straat van Gibraltar is rijk aan 7 verschillende soorten zeezoogdieren. Van klein naar groot: de gewone en gestreepte dolfijn, de grote tuimelaar, de grindwalvis, de orka, de potvis en de vinvis. De gewone dolfijn komt net zoals de gestreepte dolfijn, de grote tuimelaar, de grindwalvis en de vinvis het ganse jaar door voor in Tarifa. Met andere woorden hij is er resident.
De gewone dolfijn wordt „gewoon” genoemd omdat hij vroeger zeer courant was. Zijn populatie is echter drastisch verminderd en dus is hij niet meer zo heel vaak te zien. Hij behoort in het Middellandse Zeegebied ondertussen zelfs tot de bedreigde soorten door de daling in prooidieren door overbevissing, door vernietiging van zijn leefgebied door vervuiling met een negatieve weerslag op zijn voortplantingsgedrag en allicht ook door de klimaatsverandering. Groepen van 500 dieren zijn geen zeldzaamheid.
De gestreepte dolfijnen vormen samen met de gewone dolfijnen vaak gemengde scholen, die kunnen oplopen tot wel 1.000 dieren.
De grote tuimelaar is wereldbekend door dolfinaria en Flipper-films. Het is de enige soort, die kan worden getraind, wat helaas voor zijn soort en zijn voortbestaan niet goed blijkt te zijn. “Om vijf dolfijnen in een dolfinarium over te houden moet je er wel 100 vangen”, waarschuwt Sonja. “De meeste sterven tijdens de vangst, tijdens het vervoer of tijdens de
eerste aanpassingsperiode in het dolfinarium door de aanwezigheid van chloor. Bovendien worden ze hongerig gehouden voor de shows. Alleen als ze doen wat hun trainers van hen willen krijgen ze iets te eten. Verder zijn de bekkens, waarin ze moeten leven, veel te klein. De grote tuimelaar zwemt meestal 200 tot 500 km per dag en deze ruimte wordt hem natuurlijk niet gegund in een dolfinarium. Voor hem is leven in een aquarium net alsof wij heel ons leven zouden moeten leven op 3 m²”.
firmm probeert van de Marokkaanse overheid in de baai van Tanger een stuk land te huren om daar een toevluchtsoord voor zeezoogdieren uit te bouwen. Hier willen ze dolfijnen opnemen die niet langer in dolfinaria worden gebruikt om hen een mooie oude dag te kunnen laten slijten. Verder wil firmm ook een opvangcentrum om gewonde of gestrande zeezoogdieren op te nemen voor verzorging. Een marinecentrum met veel informatie, boottochten en een restaurant moeten het aanbod voor bezoekers vervolledigen.
De grindwalvis of griend is in de Straat van Gibraltar het vaakst te zien. Er leven tussen de 15 tot 20 verschillende families van telkens ongeveer 15 dieren. De rugvin van sommige grienden heeft geen natuurlijke vorm meer. Zo is Mönch waarschijnlijk verwond door een scheepsschroef, die een stuk van zijn vin heeft afgesneden. Zickzack dan weer is vermoedelijk ooit verstrikt geraakt in een vishaak. En Curro raakte al tweemaal in zijn leven zwaargewond boven op zijn rug, allicht door een scheepsschroef én een vislijn. Aan hem werd zelfs een artikel gewijd op de website van firmm onder de titel Curro, zorgenkind van de Straat van Gibraltar.
Sedert dit jaar biedt firmm overigens ook de mogelijkheid om een twintigtal hulpbehoevende grindwalvissen, dolfijnen of orka’s te adopteren.
De orka’s zijn net zoals de potvissen niet resident. Ze zijn in de Straat van Gibraltar alleen aanwezig tussen juli en augustus, soms ook wel tot eind september-oktober, wanneer de grote rode tonijnen, hun favoriete prooi, vanuit de Middellandse Zee, waar zij in het voorjaar naar toe trokken om hun eieren te leggen, ook wel kuitschieten genoemd, terug de Atlantische Oceaan opzoeken. Elke lente komt echter een groot Japans fabrieksschip voor ongeveer twee maanden naar Tarifa om de tonijnen te vangen met ‘almadrabas’. Dit zijn netten, die vanaf het strand ver in de zee uitgespannen zijn en waarlangs de tonijnen zwemmen en zich een weg naar de Middellandse Zee zoeken. “De tonijnen worden dus gevangen nog voordat ze naar de Middellandse Zee kunnen trekken. Schijnbaar smaken ze beter voor sushi vóór het kuitschieten… Dit heeft natuurlijk catastrofale gevolgen zowel voor de populatie van de rode tonijnen als voor de orka’s. Elk jaar zijn er minder en minder tonijnen en komen er minder orka’s terug. De tonijnen, die er toch in geslaagd zijn om in de Middellandse Zee eieren te leggen, worden dan op hun terugweg naar de Atlantische Oceaan opgewacht door de orka’s en de lokale vissers”, aldus nog een duidelijk verontruste Sonja.
De orka’s blijken de meest intelligente zeezoogdieren te zijn. Ze zwemmen snel en kunnen snelheden halen tot 50 km/u. Toch zijn ze trager dan de tonijnen die gerust 75 km/u halen. De tonijn zwemt wel veel dieper dan de orka’s. Maar de orka’s hebben mettertijd geleerd dat ook anderen voor hen het werk kunnen doen. “Om een tonijn te vangen, wachten ze met veel geduld in de buurt van de Spaanse en Marokkaanse vissersboten. Tot de vissers een tonijn aan de lijn hebben en hem bovenhalen. Als de tonijn ongeveer 15 tot 20 m onder de boot is, vallen de orka’s aan. Maar ze eten dan alleen het lichaam en niet de kop op, omdat ze met hun sonarsysteem de vishaak in de kop van de tonijn kunnen detecteren”, weet Sonja enigszins triomfantelijk te vertellen.
De potvis is bijna met uitsterven bedreigd. Zolang de potvis reuzeninktvis vindt, komt hij van april tot augustus rond Tarifa voor. Zijn migratieroutes zijn echter nog relatief onbekend. In de zomer vertoeft hij waarschijnlijk in koude wateren om te eten. In de winter daarentegen trekt hij naar warmere wateren om jongen te krijgen.
De vinvis is na de blauwe vinvis het tweede grootste dier ter wereld, maar helaas sterk met uitsterven bedreigd. Hij leeft vooral van krill en behoort tot de baardwalvissen. Baarden zijn hoornen in de bovenkaak, die dienen om het krill te filteren. Hij zwemt vaak met open mond om voedsel op te nemen. En hij neemt daarbij een grote hoeveelheid water, tot 30.000 liter toe, op en duwt het dan met zijn grote tong door de baarden naar buiten. Het krill in het water wordt door de baarden als een filter tegengehouden en door de walvis ingeslikt. Helaas kan de vinvis geen onderscheid maken tussen plastic en plankton, wat dodelijk voor hem kan zijn…
Vrijwilligster
Tijdens haar verblijf in Tarifa maakte Sonja gemiddeld één boottocht per dag. Met uitzondering van de potvis en de vinvis zag zij wel herhaalde malen de overige soorten dolfijnen en walvissen. Maar dat bleek niet erg, want de potvis en de vinvois kon ze eerder al bewonderen. “Vorig jaar zag ik in een halfuur tijd de staartvin van vier onderduikende potvissen. En twee jaar geleden een blazende vinvis…”, haalt zij trots nog aan.
Eigenlijk was Sonja voor haar maidentrip als vrijwillige medewerkster in het firmm-team al geen onbekende meer voor de stichting. Vanaf 2010 vertaalt zij thuis, op vrijwillige basis, maar met hart en ziel alsof zijzelf in Tarifa verblijft de firmm-website van het Duits naar het Nederlands. En vorig jaar ontwikkelde zij zelfs een eigen website over Katharina Heyer, firmm, de dolfijnen en de walvissen, Tarifa, …!
Het was in de tweede helft van augustus dat zij voor de eerste keer lid van het firmm-team in Tarifa zelf was. “Mijn taken waren onder meer briefings geven vóór de boottochten, gids zijn op de boot, de shop uitbaten en ook administratieve en logistieke ondersteuning”, geeft zij nog graag mee. “Vermits augustus het hoogseizoen voor de boottochten is, waren mijn dagen altijd goed gevuld. Maar hier en daar vond ik toch ook nog wat tijd om te genieten van de schoonheid van Tarifa, de hoofdstad van de wind. Om dan nog niet te spreken van het wonderbare rond de dolfijnen en de walvissen in de buurt”.
Reageren op dit artikel kan via sonja.vandenbossche@skynet.be
artikel afdrukken
 
Delen op FacebookDelen op TwitterDelen op GoogleDelen op DeliciousDelen op DiggDelen op StumbleuponEmail ditMeer...
 
22 sep 2013
Sonja van Den Bossche
Sonja Van Den Bossche
 
 
 
Terug
 

Meer Nieuws

Commerciële partners, advertenties en vacatures
Marc Colpaert | 12 sep 2020

archief