GERAARDSBERGEN - Waar komt de benaming 'Eerste toog' vandaan

GERAARDSBERGEN - Waar komt de benaming 'Eerste toog' vandaan

A_colpaert_geraardsbergen_albert_schrever_1
Albert vertelde over de eerste toog.- Foto Marc Colpaert
 
Indien de coronavirussen de hele wereld niet in al zijn voegen hadden doen kraken, had Geraardsbergen deze week zijn eeuwenoude "Eerste Toog" gevierd. Maar waar komt deze benaming nu vandaan. Albert Schrever uit Geraardsbergen kroop even achter zijn computer om het ons uit te leggen.
 
"Toog" komt van het werkwoord "togen" (= tonen) en kan niet alleen wijzen op een toonbank in de winkel maar ook op een actie: "het togen/tonen/te kijk stellen).
Wat is de betekenis van de Geraardsbergse "Eerste Toog"?
 
Wie van Dale raadpleegt vindt onder het woord "toog" (in het eerste van zijn vier betekenisvelden) als vierde verklaring: jaarmarkt, als vijfde: toonbank - tapkast en als zesde: uitstalkast. Hoewel de betekenissen toonbank - tapkast - uitstalkast hier achteraan komen, denken we dat de modale taalgebruiker het woord "toog" in de eerste plaats kent in de betekenis van toonbank. Wanneer we daarenboven ook nog weten dat het (verouderd) werkwoord "togen" (dat nog in verscheidene dialecten voortleeft) hetzelfde betekent als "tonen" dan is het evident dat het woord "toog" in de betekenis van jaarmarkt, verwijst naar iets dat op die dag werd en wordt getoond, te kijk gesteld, geëtaleerd.
 
Het Middelnederlands spreekt van "Togedach, Toondach: de dag waarop een koopman zijn waren uitstalt". Ons woord "(Eerste) Toog" is eigenlijk een verkorting van "(Eerste) Toogdag": de dag waarop een koopman voor het eerst in het nieuwe jaar zijn waren uitstalt (en te koop aanbiedt)". De voorlopig oudste vermelding van dit woord troffen we aan in "Uittreksels uit de Stadsrekeningen van Geraardsbergen van 1475 tot 1658" (V. Fris): "Betaelt acht personen die up de Toochdach de wacht gehauden hebben metten soldaten tot bevrydinge van de merct omme de vremde incommende coopluyden..." (1580). Grondig onderzoek moet het bewijs leveren dat het woord "toochdach" al veel vroeger in de stad zal in gebruik zijn geweest. Van de Toog in februari vinden we een vermelding in "Gerardimontium sive altera imperialis Flandriae metropolis eiusque castellania" van Joannes Van Waesberghe, in "Verheerlykt Vlaandere" van Sanderus en in "Grammont son origine et son histoire au moyen age" van Benoit Jouret.
 
Zoals we uit onze stadskeure kunnen afleiden organiseerde de stad, sinds haar stichting, elke maandag een marktdag, ook toogdag genaamd waarop de verkopers hun waren etaleerden (= toogden) en te koop stelden. Naast die gewone wekelijkse toogdagen echter voerde de stad ook de Eerste Toog in: een grote jaarmarkt die, zoals dat ook nu nog het geval is, veel meer neringdoenders en bezoekers op de been brengt.
 
 
Of de St.-Adriaansabdij destijds gelijkaardige toogdagen organizeeerde weten we voorlopig niet. Maar we sluiten niet uit dat de jaarlijkse Eerste Toog na het Krakelingenfeest zijn naam ontleende aan een Eerste Toogdag in de St.-Adriaansabdij, de dag waarop het klooster bij het begin van het nieuw bedevaartsseizoen de relieken van de heilige Adriaan ter verering aan de bedevaarders "toogde"", aldus Albert Schrever.
 

  

artikel afdrukken
 
Delen op FacebookDelen op TwitterDelen op GoogleDelen op DeliciousDelen op DiggDelen op StumbleuponEmail ditMeer...
 
04 mrt 2021
Marc Colpaert
Marc Colpaert
 
 
 
Terug
 

Meer Nieuws

Commerciële partners, advertenties en vacatures

archief