TERNAT - Jonas De Neef heeft een passie voor Napoleon en zijn tijd

TERNAT - Jonas De Neef heeft een passie voor Napoleon en zijn tijd

Img_3610
 
Image3
Boven en onder: het Nederlands-Belgische leger. Rechts: Jonas met "Napoleon" tijdens een re-enactment.
Jonasnapoleon
Image1
De afbeelding toont de uitrusting van Nederlandse militie periode 1814-1815, de eenheid waartoe Jan Rem behoorde
 

Jonas De Neef uit Wambeek was al in de lagere school geïnteresseerd in geschiedenis en die interesse vergrootte nog in het secundair dankzij een gepassioneerde leraar. Op zijn zestiende ontstond dan zijn interesse voor Napoleon. Dat was dankzij de dooppeter van Jonas, een man die veel brocantebeurzen bezoekt en zo toevallig ook in Waterloo was toen de jaarlijkse re-enactment van de veldslag daar plaatsvond. In 2008 ging Jonas er met zijn dooppeter naartoe en zo begon de napoleontische passie. Hij verzamelde steeds meer informatie en stukken over de opkomst en de val van de Franse keizer. Het is dan ook niet verwonderlijk dat later Jonas geschiedenis studeerde aan de KUL en voor zijn thesis onderzoek deed naar de historische correctheid van de verschillende edities van het Memoriaal van Sint-Helena. Dat werk is het relaas van de gesprekken van Emmanuel de Las Cases, secretaris van Napoleon, die de quasi dagelijkse conversaties met de keizer neerpende tijdens zijn verblijf op Sint-Helena vanaf 20 juni 1815 (twee dagen na de slag van Waterloo).

Jonas nam sindsdien deel aan vele conferenties in binnen- en buitenland en verdiepte zich verder in de geschiedenis van 1789-1821. Hij schreef er reeds zes bijdragen over op Wikedia en werkt momenteel aan een zevende over Armand de Caulaincourt, Grand Ecuyer of Opperstalmeester, vertrouweling van de keizer en ambassadeur in Rusland, waar hij een belangrijke diplomatieke rol vervulde. Bij de terugtrekking uit Rusland vergezelt Caulaincourt de keizer en heeft er dagelijks gesprekken mee. Deze teksten vormden de basis voor de memoires van Caulaincourt, een primaire bron om de napoleontische diplomatieke wereld te kunnen bestuderen en begrijpen.
VERTALING DAGBOEK JAN REM VAN HET NEDERLANDS-BELGISCHE LEGER
Naast het schrijven over de napoleontische periode op Wikipedia heeft Jonas ook een vertalingsproject (naar het Frans) waar hij momenteel aan werkt. Van Paul Rem, conservator van het Paleis Het Loo van Apeldoorn in Nederland, verkreeg hij de dagboek geschriften van diens voorvader Jan Rem.
Jan Rem was een milicien (7de Militiebataljon) in het Nederlands-Belgische leger dat gestreden heeft in de veldslagen van Quatre-Bras en Waterloo in juni 1815. In 2015 maakte Paul Rem een prachtige documentaire over de belevenissen van Jan Rem
Dat Nederlands-Belgische leger heeft een belangrijke rol gespeeld bij het verslaan van Napoleon in Waterloo. Het kwam o.a. tot een confrontatie met de Franse Keizerlijke Garde. In de geschiedschrijving, gedomineerd door de Engelse generaal Wellington, wordt die rol steeds geminimaliseerd en worden de Engelsen verheerlijkt. Daarom is het ook belangrijkdat geschriften zoals deze van Jan Rem worden vertaald, in het Frans maar ook in het Engels, zodanig dat ook de Britten beetje bij beetje een wat correctere kijk krijgen op de geschiedenis van de slag.
Dit jaar is het 205 jaar geleden dat Napoleon zijn ondergang zou meemaken...
Hieronder alvast de aanvang van het dagboekje van Rem (de originele tekst is aangehouden):
Aanteekeningen van een veteraan, dato 16 Aug. 1815, die onder Den Prins van Oranje in's Prinsen klein leger in de velden van Waterloo gestreden heeft.
Den 15 Junij 1815 namiddag 5 ure buiten Nivelles aan het schijfschieten zijnde, sloeg alhier de alarmtrom, waarop wij ons verzamelden en onder onzen Colonel Singendonck vetrokken naarden Lameurschen weg (Chaussée de Nivelles-Namur). Wij waren daar met vier batillons als: een bataillon Nassauwers, een bataillon Jagers en twee bataillons Landmilitie, zijnde het 3e en het 7e tesamen slechts 4000 man sterk en staande onder het opperbevel vanden Prins van Oranje. Wij werden naast of langs den weg aldaar in een diepte of geul geplaatst en met twee gelederen in lijn van bataille gesteld. Onze lijn had alzoo nogal eenige uitgestrektheid, maar was tevens zwak, als zijnde door geen enkele reserve gedektof gesteund. Achter ons was een digt bosch, voor ons een magtige vijand, die op ons aankwam.
Onze positie gaf aanleiding, dat wij, steunende met onze ellebogen op den grond die voor ons was, zeer juist konden mikken, waardoor de vijand zeer veel volk verloor en hij zekerlijkin den waan verkeerde dat wij veel sterker waren dan dit inderdaad het geval was. Zijn geweldig vuren op het bosch, alsof daar veel volks in verborgen zou zijn, scheen dit wel aan te duiden. De vijand deinsde eindelijk af en ging van positie veranderen. DePrins van Oranje deed ons ook van positie veranderen, alhoewel de slimme vijand dit niet scheen te weten.
De morgen van den 16den was de vijand in de omstreken van Quatre-Bras, maar wij waren daar ook, en werden spoedig in lijn van bataille hersteld. De vijand viel ons aldaar aan met grofgeschut. Wij maakten twee gelederen vuur en al tirailleerende weken wij wat terug, wij verloren reeds duizend man, doch om ’t veld over te geven, al was onze vijand nog zo magtig, dat ging niet, en zoo wat een uur op den middag kregen wij versterking van Engelschen,Hannnoversche, Berg-Schotten, Brunswijkers, eenige corpsen Huzaren en een bataillon Belgische. Toen wij deze op het slagveld zagen aankomen gaf het ons moed, want het gevecht was al hevig, het duurde voort tot ‘s avonds acht ure, wij begaven ons toen tot rusttot den 17den. Het was dien dag zeer warm geweest, zoowel van kogels als van zon.
Den 17den ’s morgens bragt een courier berigt dat de vijand van positie veranderde, maar meer naar de zijde van Waterloo. Wij deden dit ook en herstelden ons in lijn van bataille, dochhet goede weer scheen ons te verlaten, want zware regenbuijen bleven aanhouden tot den 18den. ’s Middags vier ure van de 17den Junij zijn wij weer van positie veranderd in weerwil het weer niet gunstig was. Wij marcheerden anderhalf uur, alwaar wij onzen vijandontmoetten, die ons verwelkomde met zes en twaalf, en achttien, en vier-en-twintig ponders, echter dat wij hem met dito soort bedankten, tot dat de avond inviel, wij weder in lijn van bataille hersteld werden en ons bivouac opsloegen, maar wij konden nietliggen of zitten van wege regen en koude, honger en dorst, en stonden al over de kuiten in den modder, alwaar wij onze voorposten uitzetten.
De regen bleef aanhouden. Ik stond op een voorpost tusschen dooden en gekwetsten die de vijand had achtergelaten en nam eenige geweren, zette ze aan een rot, hing daarover een kapotjasvan een dooden franschman heen, en zette een chacot daar boven op, daar sta je goed, dacht ik...
 Wij bragten dien nacht door in groote ellende en verlangden naar den dageraad, tegen welke de voorposten inrukten. Ik kreeg mijne plaats weer aan den regtervleugel naast de batterij,terwijl het nog even begon te dagen.
De Prins van Oranje komt daar ook, met een kijker in zijne hand. Hij tikt de bombardier zachtjes op den schouder. “Zie”, zegt hij, “daar ginds zit Napoleon in die hoogste boomen”. Wijzagen daar ook heen. Het scheen ons toe, dat vier of vijf toppen van zeer hooge bomen digt bij elkander waren en de gedaante van een piramide vormden, alsook, dat die boomen met elkander door kruisbanden verbonden waren.
De duisternis en de afstand verhinderden ons, een en andere goed te kunnen onderscheiden, maar niemand zou een Monarch daar in die hooge boomen verwacht hebben. Intusschen had de bombardierals in een oogwenk de batterij gerigt. 'Bommm bommm', het beweegt zich in de boomen, de drie overige stukken worden mede gelost en… de piramide laat haar hoofd hangen, terwijl de schoten hier en daar worden gehoord. Napoleon verloor hierdoor zeer veel. Hijzat daar op den uitkijk om de positie van onze armee op te nemen en zijne dan daarnaar te rigten, een voordeel dat hem zeer dienen kon. Maar onze Prins had, of ‘t weer was of niet, zelf ook op den uitkijk gestaan, en Napoleon nu dat voordeel afgesneden.
Dit was eene halve overwinning, want Napoleon wist nu niet oogenblikkelijk waar hij aanvallen zou. De prins stond nog bij de stukken. Hij, altijd even vriendelijk, zei tegen den bombardier: “Zie daar ginds gaat de koets van Napoleon uit het bosch”, (het was intusschen beginnen te dagen); de bombardier begreep de Prins. Het schot volgde ras, en nog één, en...de koets was gedeeltelijk te pletter. De verre afstand belette ons om met het bloote oog dit duidelijk te kunnen onderscheiden, evenwel scheen het ons toe, dat Napoleon daarbij was. Paard of paarden werden voor de koets weggenomen, en de koets bleef waar hijwas.

Lees ook : Hulde aan Graaf van Kruikenburg die meestreed tegen Napoleon : Tijdens de beslisende Slag bij Waterloo in 1815 was Graaf Hendrik Jozef de Fourneau van Cruquenbourg een van de elf adjudanten van Prins Willem van Oranje. Napoleon zou later zelf schrijven dat hij door het ingrijpen van Oranje met zijn Nederlandse leger werd verslagen.

artikel afdrukken
 
Delen op FacebookDelen op TwitterDelen op GoogleDelen op DeliciousDelen op DiggDelen op StumbleuponEmail ditMeer...
 
24 jan 2020
Guido Van Cauwelaert
Guido Van Cauwelaert
 
 
 
Terug
 

Meer Nieuws

Guido Van Cauwelaert | 25 feb 2020
Guido Van Cauwelaert | 25 feb 2020
Commerciële partners, advertenties en vacatures
Guido Van Cauwelaert | 25 feb 2020
Guido Van Cauwelaert | 24 feb 2020
Guido Van Cauwelaert | 21 feb 2020
Guido Van Cauwelaert | 21 feb 2020
Guido Van Cauwelaert | 20 feb 2020
Guido Van Cauwelaert | 20 feb 2020
Guido Van Cauwelaert | 17 feb 2020
Guido Van Cauwelaert | 16 feb 2020
Guido Van Cauwelaert en Jean Trembloy | 15 feb 2020

archief