TERNAT in de vorige eeuwen: de opkomst van de postkaarten

TERNAT in de vorige eeuwen: de opkomst van de postkaarten

Kerkstraat_nels_uitgesneden
De pionier van de prentkaartenuitgevers was de Brusselse uitgever Nels, die in 1900 met zijn reeks 11 Ternat uitvoerig in beeld bracht. Er werd toen enkel op de voorzijde geschreven.Hieronder met logo sBp
 
100001001_uitgesneden
100001895_uitgesneden
956_001_schaillee_uitgesneden
Schilder Schaillee van de Statiestraat volgde al gauw. Hij zou tussen 1903 en 1950 verscheidene reeksen uitgeven.
 
100016196_marconati
Vele uitgevers zouden gedurende de 20ste eeuw prentkaarten van Ternat blijven uitbrengen, o.a. Marcovici uit Brussel
 
1925dreef_bijgesneden
Ook Schilder-winkelier Romain Van Cauwelaert uit de Dreef gaf in 1925 een reeks uit. In 1935 gaf hij een reeks uit in sepia, met o.a. hieronder het kasteel Kruikenburg.
 
1935kasteel_sepia_uitgesneden
 
Watermolen_skl_htberg_roy_kestens_img_8492_knip_uitgesneden
Gillis-Bosman gaf deze prent van de watermolen van Sint-Katherina-Lombeek uit. En onder een prentkaart van L. Lagaert met het gemeentehuis in 1907 en eentje van het Marktplein.
 
Gemeentehuis_077_001_uitgesneden
 
Grandplacelagaert_940_001_uitgesneden
 

Net voor 1900 begonnen er in Ternat en omstreken postkaarten in omloop te komen met afbeeldingen van de kerk, het kasteel, villa’s, molens, enz. De pionier was de Brusselse uitgever Nels. Maar al snel volgden plaatselijke uitgevers zoals Schaillee, Gillis-Bosman en Van Cauwelaert zijn voorbeeld. 

De belangstelling voor prentbriefkaarten

De briefkaart zag het levenslicht in Wenen. Op 1 oktober 1869 publiceerde Oostenrijk-Hongarije de eerste ‘Correspondance Carte’. De directeur van de Oostenrijkse Post, Emmanuel Hermann, was er de uitvinder van. Op 1 januari 1871 volgde de eerste Belgische ‘Carte Correspondance’. Op deze eerste kaarten ontbrak nog elke illustratie. Daarna begon men de kaarten te illustreren, aanvankelijk met tekeningen. Het was immers nog even wachten voordat men technisch in staat was om foto’s af te drukken.

De allereerste échte Belgische prentbriefkaart, dus een kaart verstuurd met de post en voorzien van een illustratie, werd in 1892 vanuit Spa verzonden. Aan de kust was het nog even wachten tot in 1893 in het postkantoor van Blankenberge een kaart werd afgestempeld en dit gebruik ook hier definitief ingeburgerd zou geraken.

Evolutie van het medium

Prentbriefkaarten werden meestal gedrukt. Diverse procedés fototypie of lichtdrukken, een procédé ontwikkeld in Frankrijk in de jaren 60 van de 19e eeuw door F. Joubert. La phototypie est un procédé d'impression à l'encre grasse au moyen de gélatine bichromatée et insolée sur plaque de verre. In de jaren 1930 schakelde men over op offset of heliogravure : een grafische techniek waarbij men een fotografisch beeld, dat men eerst in een gefixeerde, lichtgevoelige laag aanbrengt op een drukplaat, etst en afdrukt door de uitgediepte oppervlakken in te inkten. Het was soms ook gewoon een fotokaart, een klassiek aangemaakte foto waaraan extra gegevens werden toegevoegd. Zowel de oplage als de rendabiliteit van deze fotokaarten was beperkt. Aanvankelijk was de afbeelding op de prentbriefkaart ook eerder klein. Er diende immers witruimte te worden voorzien voor de boodschap.

Men schreef toen nog op de voorzijde. De achterzijde was exclusief gereserveerd voor de adresgegevens. Pas in 1906 werd het mogelijk om op de keerzijde de tekst te schrijven en was de voorzijde voortaan voorbehouden voor de illustratie. Ook dan vonden bepaalde uitgevers nog dat ze beperkt waren in hun mogelijkheden. Daarom lanceerden ze dubbele tot driedubbele kaarten die opgeplooid verzonden werden zodat ze als poststuk de normale afmetingen behielden. Vooral in de belle époque stond er geen rem op de creativiteit van de uitgevers van prentbriefkaarten.

De belle époque

De glorietijd van de prentbriefkaart situeert zich in de belle époque, ongeveer tussen 1895 en 1914. Toen werden massaal postkaarten verstuurd. Het toerisme had immers definitief bestaansrecht verworven. De fotografie en de druktechnieken waren op een technisch hoog niveau gekomen en er was een vlot postverkeer. Het was daarbij ook een veralgemeend gebruik om dergelijke kaarten te verzamelen in speciale albums. Dat waren meestal vrij hoge boeken waarin de kaarten vlot in en uit konden geschoven worden. Er werden zelfs echte beurzen georganiseerd.

Uitgeverij Nels-Thill

Tot de meest gekende uitgevers van prentbriefkaarten op Europees vlak wordt de merknaam “ND” (gebroeders Neurdein) gerekend. Deze Parijse fotografen legden heel wat zichten op de gevoelige plaat vast die nadien als prentbriefkaart werden verspreid. Wellicht vormde dit Franse voorbeeld de inspiratie voor de start van de grootste Belgische uitgever: de Brusselse uitgever Nels.

Het waren Paul en Edouard Nels, afkomstig uit Haute Yutz (Frans Lotharingen), die in 1898 de befaamde firma “Nels” in Brussel boven de doopvont hielden. De foto’s voor hun prentbriefkaarten verzamelden ze door met trein, stoomtram en fiets het landschap te doorkruisen. Daarnaast kochten ze ook foto’s aan bij derden. De kaarten over Ternath zijn vervat in serie 11.

In 1902 verliet Paul de firma en zette Edouard Nels de zaak verder met zijn vrouw Elisa Weiler. Zij ontwierp voor Nels in 1907 het overbekende art nouveau logo sBp, wat staat voor Societe anonyme Belge de Photographie. In 1913 werd de zaak overgelaten aan schoonbroer Ernest Thill wat tot de wijziging in de firmanaam “Nels-Thill” leidde. Zonder overdrijven kan gesteld worden dat dit één van de grootste, zo niet dé grootste speler op het terrein van de prentbriefkaarten is. Er is geen enkele verzameling prentbriefkaarten van een zekere omvang denkbaar zonder daarbij een aantal Nels kaarten.

De Brusselse uitgever Marco Marcovici was de meest veelzijdige speler op de prentbriefkaartenmarkt. Hij is vooral bekend voor zijn met de hand ingekleurde prentbriefkaarten, meestal voorzien van zijn sierlijk logo. Tragisch genoeg verschenen de mooiste kaarten van die uitgever vlak voor de Eerste Wereldoorlog en werden ze dan ook dikwijls verstuurd  door de bezetter, die de kaarten plunderde uit de leegstaande horecazaken en kustbazars. Na de oorlog was hij er snel bij om de prentbriefkaarten weer uit te geven.

Verscheidene uitgevers brachten reeksen uit over Ternat

Nels, uit Brussel, in 1900 reeks 11 met 12 kaarten, in 1936 15 kaarten van de Ursulinen in sepia en in 1933 in z/w, in 1953 10 kaarten huis Rosa, in 1955 10 van Kruikenburg,  in 1990 10 van de Sint-Gertrudiskerk

Schaillee, schilder en winkel Statiestraat, tussen 1903 en 1950, verschillende reeksen

Lagaert, uit Brussel, 1906, 15 kaarten

SBP, opvolger Nels, 1907, 11 kaarten

Gillis-Bosman, in 1908 een reeks van 18, in 1911 een van 10 en in 1917 nog eens 12 kaarten

Cieters-Gettemans, in 1910 12 en in 1920 nog 10 kaarten

De Bosscherie, onduidelijk hoeveel

G. Hermans, in 1920 en 1923 telkens  17,

Romain Van Cauwelaert, in 1925 10 kaarten en in 1938 en 1957 telkens 12

E. Desave, 1938, 9 kaarten

De Gauquier-Roesems, 1943, 5 kaarten 

 

Meer artikels over Ternat in de vorige eeuwen

artikel afdrukken
 
Delen op FacebookDelen op TwitterDelen op GoogleDelen op DeliciousDelen op DiggDelen op StumbleuponEmail ditMeer...
 
19 nov 2020
Guido Van Cauwelaert
Guido Van Cauwelaert
 
 
 
Terug
 

Meer Nieuws

Commerciële partners, advertenties en vacatures
Guido Van Cauwelaert | 11 nov 2020
Guido Van Cauwelaert | 28 okt 2020
Guido Van Cauwelaert | 26 okt 2020
Guido Van Cauwelaert | 24 okt 2020
Guido Van Cauwelaert | 17 okt 2020
Guido Van Cauwelaert | 16 okt 2020
Guido Van Cauwelaert | 13 okt 2020

archief